De wijze dichter en blijspelschrijver Gerbrand Adriaensz Bredero was het die ruim vierhonderd jaar geleden schreef: “Het kan verkeren”.
En met ‘verkeren’ bedoelde hij niet wat dat werkwoord nu betekent. Hij wou zijn tijdgenoten, die toen vaak al even dom en balsturig waren als die van ons nu, waarschuwen. “Pas maar op als alles goed lijkt te gaan”, bedoelde hij. “Want voor je er erg in hebt, kan de boel zo maar helemaal fout lopen.”
Dinsdag 22 september. Het is leuk weer en wij behoren tot dat soort mensen dat dan niet binnen kan blijven. De fiets op dus! De route die we voor ogen hadden: het fietspad op de kanaaldijk vanaf de brug van Heide-Heuvel naar de Broekkant in Sint-Huibrechts-Lille, waar ik wortel geschoten heb voor ik naar Lommel verpoot werd en waar nog een zus van me woont. Ik vind, als we willen fietsen, dan moeten we een doel hebben en dat mijn zus de lekkerste koffie van Limburg zet en daar meestal ook nog wel wat anders bij serveert, is mooi meegenomen.
Toen de koek op was, vatten we gesterkt de terugweg aan. Vijftien kilometer is het. Van deur tot deur. Geef toe, toch een behoorlijke afstand van bejaarde lui van wie de elektrische fiets geluidloos loopt, maar het fysieke chassis bijwijlen angstaanjagend kraakt. De stemming was opperbest. Tot net nadat we de spoorwegbrug passeerden. Die van de IJzeren Rijn, weet je wel?
Daar komt namelijk van een helling aan de rechterkant een aansluitend fietspad naar beneden. En van dat pad zoefden – ik overdrijf niet – twee jonge meisjes achter mij door maar frontaal – ze wilden naar de de tegenovergestelde richting – tegen mijn vrouw. Nadat ik haar tussen de fietsen uit en recht geholpen had, bleek zij een stuk van haar linker ringvinger wijt te zijn. Bloed, chaos, zoeken naar een stukje vinger, politie, ziekenauto...
Twee jonge kerels waren bij ons gestopt. De ene heette Yarne en de naam van de andere heb ik in de verwarring niet mee gekregen. Hij bekommerde zich om mijn vrouw en belde de ziekenauto. “Maak u geen zorgen over uw fietsen, meneer”, zei de andere. Ik bel mijn papa, die heeft een bestelauto en als je wil brengt hij ze morgen wel thuis.”
Tot bijna negen uur hebben we in het ziekenhuis gewacht terwijl de herstelwerkzaamheden aan de vinger van vrouwlief uitgevoerd werden. Maar wat weg is, blijft natuurlijk onherroepelijk weg.
En ‘s anderendaags brachten Yarne en zijn pa onze fietsen netjes thuis. Wat een vriendelijke, behulpzame jongeren zijn me dat zeg!
Yarnes hobby is motorcrossen, vertelde hij. Ik hoop dat hij wereldkampioen wordt.
“Die jongeren van tegenwoordig…” hoor je mensen om de haverklap overal zaniken. Ik kan er niet meer tegen.
Chel Driesen